De Lievestro’s in het perspectief van hun tijd

Geschiedenis op school was vroeger voor de meesten van ons maar een saai vak. Toch komt er een wereld tot leven als je zo eens op een rijtje zet in welke periode de vroegere Lievestro’s leefden.

Late IJzertijd (250 – 12 jaar voor Chr.)
Bij een onderzoek in 2004 worden sporen gevonden die er op duiden dat er in de Late IJzertijd in het latere Ruurlo al bewoning was en er uit oer en houtskool ijzer werd gemaakt. Deze zullen er echter niet voor langere tijd hebben gewoond. De grondwaterstand was zo hoog dat het gebied erg drassig was. Pas rond het jaar 1000 was die stand zo gezakt dat er met plaggen en mest gezorgd kon worden dat er betere gewassen verbouwd konden worden. De eerste boerderijen zullen toen ontstaan zijn.

Dorpskerk – Foto: Jos Kerssen Fotografie (www.joskerssen.nl)

Kerspel Roderlo wordt voor het eerst genoemd in 1326. Een kerspel was een katholieke gemeente rond een parochie.
Uit het stuk van 1326 wordt duidelijk dat Roderlo dan al zo’n 40 jaar een parochie is. Dat maakt het waarschijnlijk dat er toen al sprake was van een kerk. De huidige “Dorspkerk” werd rond 1350 gebouwd als “Onze Lieve Vrouwekerk”. Begonnen als katholieke kerk werd ze in 1595 (het tijdperk waarin de overgrootvader van Teunis geboren wordt) tijdens de Reformatie een Nederlands Hervormde kerk.

De eerste ons bekende officiële vermelding van “Dat halve goet ten Levenstroet” komt  uit 1428. Nederland bestond nog niet, Amerika was nog niet ontdekt, de stoommachine was nog niet uitgevonden, de 5e van Beethoven moest nog gecomponeerd en ook de Nachtwacht was nog lang niet klaar. Wanneer we die eerste officiële vermelding tegenkomen wordt er net een eerste aanzet gegeven voor de vorming van het latere Nederland. De periode waar we over praten is geschiedkundig bekend als de “Bourgondische periode”.

De belangrijkste gebeurtenis in dit verband was het huwelijk van Filips de Stoute van Bourgondië met de Vlaamse erfdochter Margaretha. Filips wist in 1433 Jacoba van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen van haar troon te stoten. Rond 1470 was het resultaat van zijn veroverings- en huwelijks-politiek de vorming van een machtig middenrijk dat zich uitstrekte van Bourgondië tot Groningen. Rond 1480 slaagt Lodewijk XI van Frankrijk de zuidelijke delen van dit Bourgondische rijk af te snoepen.. Na latere gebiedsuitbreidingen onder Karel V ontstond er een gebied dat met de wat vage term “de 17 Provinciën” wordt aangeduid, een gebied dat ongeveer overeenkomt met de huidige Benelux.

Kasteel Ruurlo – Foto: Jos Kerssen Fotografie (www.joskerssen.nl)

De Marke Ruurlo. Een marke was de vroegste vorm van gemeentebestuur. De Marke Ruurlo werd gevormd door de landsheer van Ruurlo en een aantal stemgerechtigde boeren; de zogenaamde “Gewaardeerde erven”.
Onder de in totaal 47 erven met stemrecht treffen we naast Lievestro ook Berenschot, Elschot, Ter Haar, De Vente, Rijkenbarg, Te Winkel, Ribberts en Langenberg. Namen die in veel gevallen nog steeds fier op de boerderijen prijken.
De oudste Markeboeken, een verzameling van besluiten en brieven, zijn van het begin van de zestiende eeuw. Het oudste stuk is al van 1480.

Al in 1576 ontstaat de Unie van Delft, een verbond van Holland, Zeeland, Buren en Zaltbommel. Deze unie zou in 1579 door ondertekening van de “Unie van Utrecht” uitgebreid worden tot een statenbond bekend als “De zeven Provinciën”, bestaande uit: Gelre, Holland en Zeeland, Friesland, Groningen, Overijssel, Utrecht en Drenthe.

Karel de vijfde’s zoon, Filips II, zag het gebied van zijn 17 provinciën verscheurd worden door de “Tachtigjarige oorlog”, een politieke en vooral ook religieuze strijd. De Vrede van Münster maakte in 1648 een einde aan deze oorlog. Bij die vrede van Münster werden “de zeven provinciën” als republiek erkend en begint het latere “Nederland” in grote lijnen haar uiteindelijke vorm te krijgen. Nu mag “republiek” dan de suggestie van een staatskundige eenheid wekken maar in de praktijk was het dat geenszins. De republiek bestond eigenlijk enkel uit een verbond tussen de provinciën (republieken) en die op hun beurt weer uit talloze kleine “republiekjes”. Centraal gezag speelde slechts een zeer geringe rol. In de “republiekjes” werd het gezag uitgeoefend door uiteenlopende colleges van regenten en ridderschappen. Het landgoed “Lievestro” was dan ook in bezit van Ghert van Hackvoerde, de locale gezagsdrager, en werd in leen gegeven aan haar bewoners.

Jan ter Vrugt, de opa van onze naamgever Teunis Lievestro, heeft de vrede van Münster als tienerjochie meegemaakt (zijn geboortedatum zou voor 1635 moeten liggen) en leefde dus beslist in een roerige tijd. Toch leefde hij niet in een beroerde tijd want de periode van 1600 tot 1700 staat bekend als de “Hollands Gouden Eeuw”. William Shakespear was in 1616 overleden na een uiterst vruchtbaar creatief leven. Rembrandt voltooid in 1642 zijn “Nachtwacht”. Bij het werk op zijn gepachte landerijen moest Jan zich nog behelpen met hand- en paardekracht. De regio Reurle was in die tijd nog maar dun bevolkt: meer dan de helft van de bevolking van de republiek woonde in 1622 in de provincie Holland. Rond 1650 telde de republiek 1,9 miljoen inwoners. Bijna een verdubbeling van de 1 miljoen inwoners van dit gebied rond 1500.

Derk ter Vrugt, Jans zoon en de vader van Teunis is waarschijnlijk ergens tussen 1650 en 1660 geboren (zijn eerstgeborene, Grietjen komt op 22-6-1680 ter wereld). Tijdgenoten van Derk waren bijvoorbeeld Georg Friedrich Händel en Johan Sebastian Bach. Toch niet de minsten.

1672 Willem III (Willem van Oranje)
Nog steeds was het politieke toneel een roerige aangelegenheid: de Staten-Generaal benoemden op 23 febr. 1672 Prins Willem III (Willem van Oranje tot kapitein-generaal, zij het voor één veldtocht en in ondergeschiktheid aan de gedeputeerden te velde. Volksbewegingen in de meeste Hollandse en Zeeuwse steden leidden vervolgens tot Willems benoeming tot stadhouder van deze twee gewesten (2–6 juli 1672; van de andere gewesten volgden Utrecht in 1674, Gelderland en Overijssel eerst in 1675, Drente in 1696). Daarna maakten de Staten-Generaal hem definitief kapitein-generaal, met handhaving echter van het hoogste gezag voor de gedeputeerden. Met dezen geraakte de prins dan ook spoedig in ernstig geschil. Het was krachtens hun instructie dat het verre van parate leger achter de Hollandse Waterlinie teruggetrokken werd, waardoor heel het grondgebied van de Republiek buiten Holland open kwam te liggen voor de Frans-Keuls-Munsterse invasie. Met voortvarendheid zette de kapitein-generaal zich tot het herstel van het leger en het in werking stellen van de Waterlinie. Ter versterking van zijn positie verving Willem in alle Hollands-Zeeuwse steden De Witts aanhangers door prinsgezinden. In aug. 1672 werden de gebroeders de Witt in Den Haag vermoord. Willem is zeker indirect betrokken geweest bij deze aanslag.

(Wordt vervolgd)